Er zijn weinig dingen die de Romeinse geschiedenis zo tastbaar maken als een oude weg.
Een tempel kun je bekijken. Een amfitheater kun je bewonderen. Maar wanneer je over een Romeinse weg loopt, gebeurt er iets anders. Je zet letterlijk je voeten op een oppervlak waar bijna tweeduizend jaar geleden Romeinse soldaten, handelaren, reizigers, boeren en bestuurders overheen liepen.
Op sommige plaatsen zijn de originele stenen nog verrassend goed bewaard. Je ziet de diepe groeven die karren in het wegdek hebben uitgesleten, de verhoogde trottoirs waarlangs voetgangers liepen en soms zelfs de stenen waarmee Romeinen bij regenachtig weer een straat konden oversteken zonder natte voeten te krijgen.
Wie dit zelf wil ervaren, hoeft dus niet alleen naar Rome.
Van Italië en Spanje tot Algerije en Jordanië zijn plekken te vinden waar je vandaag nog over een Romeinse straat of weg kunt wandelen.
Dit zijn acht van de mooiste plekken om letterlijk in de voetsporen van de Romeinen te treden.
Als er één Romeinse weg is waar je ooit over gelopen moet hebben, dan is het de Via Appia.
De Via Appia werd vanaf 312 voor Christus aangelegd en behoort tot de oudste en belangrijkste Romeinse hoofdwegen. De weg verbond Rome aanvankelijk met Capua en werd later verder doorgetrokken richting het zuiden van Italië en uiteindelijk Brindisi. UNESCO beschrijft de Via Appia als de oudste Romeinse weg waarvan het oorspronkelijke tracé met zekerheid bekend is.
De Romeinen noemden de weg uiteindelijk de Regina Viarum, de ‘koningin der wegen’.
En die naam past nog altijd.
Ten zuiden van het moderne centrum van Rome ligt het Parco Regionale dell’Appia Antica. Het park omvat ongeveer 4.580 hectare en volgt de oude Via Appia over een traject van ongeveer 16 kilometer.
Het mooiste gedeelte voor wandelaars begint in de omgeving van de catacomben en loopt langs monumenten zoals het graf van Cecilia Metella.
Daar verandert een wandeling door Rome in iets heel bijzonders.
Je loopt tussen pijnbomen en weilanden, langs Romeinse graven, villa’s en ruïnes, terwijl onder je voeten de oude basaltblokken liggen.
Op sommige delen zijn de originele bestratingsstenen nog duidelijk herkenbaar. De stenen vertonen zelfs de sporen van het verkeer dat hier eeuwenlang overheen trok.
De beheerorganisatie van het park beschrijft een deel van het traject als een plek waar je daadwerkelijk over het oude Romeinse wegdek kunt lopen, inclusief de sporen van wagenwielen.
Niet alleen de ouderdom.
Het is vooral de combinatie van weg, landschap en monumenten.
Een Romein die hier tweeduizend jaar geleden liep, zag dezelfde heuvels en dezelfde richting van de weg. Alleen het landschap rond hem was drukker bevolkt en gevuld met villa’s, graven en verkeer.
Tip: voor wandelaars is het gedeelte vanaf het Mausoleum van Cecilia Metella richting Casal Rotondo bijzonder interessant. Het park geeft voor dit deel een wandelduur van ongeveer 50 minuten zonder stops.
Er is waarschijnlijk geen plek ter wereld waar je zo gemakkelijk het dagelijks verkeer van een Romeinse stad kunt begrijpen als Pompeï.
Toen de Vesuvius in 79 na Christus uitbarstte, werd de stad bedolven onder as en puimsteen. Daardoor bleef een groot deel van de stedelijke infrastructuur uitzonderlijk goed bewaard.
En daar horen natuurlijk de straten bij.
De straten van Pompeï zijn geplaveid met grote vulkanische stenen. Op verschillende plaatsen zijn diepe groeven zichtbaar die door de wielen van karren zijn uitgesleten.
Aan de zijkanten liggen verhoogde trottoirs.
En dan zijn er de beroemde stepping stones.
Deze grote stenen steken boven het wegdek uit en vormden kleine oversteken voor voetgangers. De openingen ertussen waren groot genoeg om de wielen van karren door te laten.
Het resultaat is een straatbeeld dat bijna surrealistisch is.
Je loopt over een straat waar de Romeinse infrastructuur nog zo herkenbaar is dat je onmiddellijk begrijpt hoe mensen zich hier verplaatsten.
UNESCO benadrukt dat Pompeï en Herculaneum bekendstaan om hun gebouwen langs goed geplaveide straten.
Wie door Pompeï loopt, moet niet alleen naar de gebouwen kijken.
Kijk naar beneden.
De groeven in de stenen vertellen een verhaal over duizenden karren die hier goederen, voedsel en mensen vervoerden.
Op sommige plaatsen lijken de straten daardoor bijna op een Romeinse versie van een moderne verkeersweg.
Tip: loop niet te snel door Pompeï. Neem juist een paar minuten om op een kruispunt te gaan staan en naar de straat zelf te kijken. Dan komt de stad pas echt tot leven.
Op ongeveer een uur reizen van het centrum van Rome ligt een van de mooiste plekken om een Romeinse stad te voet te ontdekken: Ostia Antica.
Ostia was de oude havenstad van Rome en groeide uit tot een belangrijk handelscentrum. In de bloeiperiode woonden er naar schatting tienduizenden mensen.
Vandaag is een groot deel van de oude stad archeologisch opgegraven.
En daardoor kun je hier gewoon door een Romeinse stad wandelen.
Een van de belangrijkste straten is de Decumanus Maximus.
De brede, geplaveide straat loopt dwars door de archeologische zone en wordt aan weerszijden geflankeerd door resten van winkels, woningen, tempels en openbare gebouwen.
De officiële archeologische dienst van Ostia toont de Decumanus Maximus als een stenen straat die dwars door de oude stad loopt.
Het bijzondere aan Ostia is dat je hier niet alleen een losse Romeinse weg ziet.
Je loopt door een compleet stadslandschap.
Je kunt van het forum naar winkels lopen, vervolgens langs appartementencomplexen en badhuizen en uiteindelijk richting de oude haven.
Dat maakt Ostia misschien zelfs indrukwekkender dan sommige bekendere plekken.
In Pompeï is de vulkaan het grote verhaal.
In Ostia is het juist de stad zelf.
De straten, pleinen en gebouwen geven een beeld van hoe een gewone grote Romeinse stad functioneerde.
Tip: trek goede schoenen aan. De archeologische dienst waarschuwt dat de paden en ondergrond op sommige plaatsen behoorlijk ongelijk zijn.
Voor wie echt een bijzondere Romeinse reis wil maken, is Timgad een absolute aanrader.
Deze Romeinse stad ligt in het noordoosten van Algerije, aan de noordzijde van het Aurèsgebergte.
Keizer Trajanus stichtte Timgad rond 100 na Christus als militaire kolonie.
De stad werd volgens een strak rasterplan aangelegd. Twee hoofdstraten – de cardo en de decumanus – vormden de belangrijkste assen van de stad.
En dat stratenplan is nog altijd opvallend goed zichtbaar.
Wanneer je vanaf een hoger punt over Timgad uitkijkt, zie je bijna een Romeins schaakbord.
Rechte straten.
Rechthoekige bouwblokken.
Een forum.
Tempels.
Badhuizen.
En daartussen de oude bestrating.
UNESCO vermeldt dat de straten van Timgad met grote rechthoekige kalkstenen platen werden geplaveid.
Dat maakt Timgad bijzonder.
Je kunt hier niet alleen over een Romeinse straat lopen; je kunt het hele stedenbouwkundige systeem begrijpen.
De grote aantrekkingskracht van Timgad is dat de moderne wereld hier nauwelijks over de antieke stad heen is gebouwd.
Je wandelt tussen ruïnes in een landschap waar de Romeinse stadsstructuur nog duidelijk herkenbaar is.
Het is alsof iemand een complete Romeinse stad heeft verlaten en vervolgens de klok bijna tweeduizend jaar heeft stilgezet.
Waarom gaan?
Omdat Timgad een van de beste plekken ter wereld is om te zien hoe een Romeinse stad er als geheel uitzag.
In Jordanië ligt een van de spectaculairste Romeinse steden van het Midden-Oosten: Jerash, het oude Gerasa.
De stad maakte deel uit van de Dekapolis en groeide tijdens de Romeinse periode uit tot een belangrijk regionaal centrum.
Wat je vandaag vooral opvalt, zijn de lange zuilengalerijen.
En daar tussendoor loopt de oude Romeinse weg.
De beroemde Cardo Maximus is een lange geplaveide straat die door het hart van Jerash loopt.
Aan weerszijden staan tientallen zuilen.
De straat is daardoor niet moeilijk voor te stellen als een levendige Romeinse stadsboulevard.
Hier liepen handelaren, bewoners, soldaten en reizigers.
Karren reden over de stenen en winkels lagen direct aan de straat.
Een UNESCO-document beschrijft Jerash als een van de best bewaarde Romeinse provinciale steden in het Midden-Oosten, met regelmatige zuilengalerijen, theaters, tempels, badhuizen en een nymphaeum.
Wanneer je over de Cardo loopt, kijk dan eens naar het wegdek.
Je ziet dat dit geen vlakke moderne bestrating is.
De stenen zijn ongelijk, afgesleten en op sommige plaatsen door eeuwen van verkeer beschadigd.
Juist die slijtage maakt de weg interessant.
Je ziet niet alleen een reconstructie van een Romeinse straat.
Je ziet een straat die daadwerkelijk eeuwenlang gebruikt is.
Waarom gaan?
Omdat Jerash misschien wel een van de meest spectaculaire combinaties biedt van Romeinse straat, zuilengalerij en monumentale architectuur.
Pompeï krijgt meestal alle aandacht, maar voor het ervaren van een Romeinse straat is Herculaneum minstens zo interessant.
Ook Herculaneum werd tijdens de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus bedolven. De manier waarop de stad werd begraven, zorgde op veel plaatsen voor een uitzonderlijk niveau van bewaring. Zelfs houten voorwerpen en delen van bovenverdiepingen zijn bewaard gebleven.
De straten lopen tussen huizen, winkels en openbare gebouwen.
Herculaneum is kleiner dan Pompeï.
Dat is juist een voordeel.
Je kunt hier beter de relatie tussen de straat en de gebouwen begrijpen.
Een Romeinse straat was namelijk niet simpelweg een verkeersweg.
Het was een plek waar het dagelijks leven zich afspeelde.
Deuren kwamen uit op straat.
Winkels waren direct bereikbaar.
Mensen liepen over het wegdek en gebruikten trottoirs langs de huizen.
En net als in Pompeï zijn de straten geplaveid.
UNESCO benadrukt dat zowel Pompeï als Herculaneum bekendstaan om hun goed geplaveide straten en de gebouwen die eraan liggen.
Waarom gaan?
Omdat Herculaneum een van de beste plaatsen is om het alledaagse straatbeeld van een Romeinse stad te ervaren.
In het zuiden van Albanië, vlak bij de Ionische Zee, ligt Butrint.
De geschiedenis van deze plaats gaat veel verder terug dan de Romeinse tijd. Butrint was eerst een Griekse nederzetting en werd later een Romeinse stad.
Juist die opeenvolging maakt de plek zo interessant.
Je wandelt hier door een landschap waarin Griekse, Romeinse, vroegchristelijke en middeleeuwse resten naast elkaar liggen.
UNESCO beschrijft Butrint als een uitzonderlijk cultureel landschap waarin de verschillende historische perioden goed herkenbaar zijn.
Butrint is anders dan Pompeï of Timgad.
Hier ligt de archeologische site grotendeels in een groen landschap.
De resten van wegen en stedelijke structuren zijn verweven met bomen en struiken.
Dat geeft de wandeling een bijna mysterieuze sfeer.
Je loopt niet door een droge archeologische woestijn, maar door een landschap dat de ruïnes langzaam weer lijkt op te nemen.
De Romeinse weg is hier onderdeel van een veel groter verhaal.
Je kunt tijdens dezelfde wandeling Romeinse gebouwen bekijken en vervolgens resten uit de Griekse of vroegchristelijke periode tegenkomen.
Waarom gaan?
Voor de combinatie van Romeinse geschiedenis, archeologie en natuur.
De laatste bestemming is Tarragona, het vroegere Tarraco.
Tarraco was een van de belangrijkste Romeinse steden van het Iberisch schiereiland en werd de hoofdstad van de provincie Hispania Tarraconensis.
Veel van de moderne stad is over de oude Romeinse stad heen gebouwd.
Dat betekent dat je hier niet zo gemakkelijk kilometerslang over een volledig opgegraven Romeinse straat kunt lopen zoals in Ostia of Timgad.
Maar juist dat maakt Tarragona interessant.
Tarraco bestond uit een uitgebreid netwerk van straten, pleinen en gebouwen.
De Romeinse infrastructuur is op verschillende plaatsen nog zichtbaar, terwijl andere delen letterlijk onder de moderne stad liggen.
Het UNESCO-werelderfgoed van Tarraco omvat onder andere de overblijfselen van de oude stad, het amfitheater, circus, aquaduct en andere Romeinse monumenten.
Het is een goede plek om te begrijpen dat Romeinse wegen niet alleen archeologische curiositeiten zijn.
Veel moderne steden in Europa zijn letterlijk bovenop Romeinse steden gebouwd.
In Tarragona loop je daarom soms over een moderne straat terwijl je weet dat onder of naast je de Romeinse stad ligt.
Dat is een heel andere ervaring dan wandelen door Timgad.
Maar het vertelt misschien wel een belangrijker verhaal:
Rome is nooit helemaal verdwenen.
De Romeinse stad werd onderdeel van de moderne stad.
Wanneer je over zo’n oude weg loopt, is het verleidelijk om te denken dat de Romeinen simpelweg grote stenen op de grond legden.
In werkelijkheid waren Romeinse wegen technische bouwwerken.
De aanleg begon met het bepalen van het tracé. Vervolgens werd de ondergrond voorbereid en werden verschillende lagen van steen, grind en ander materiaal aangebracht.
Daar bovenop kwamen de grote bestratingsstenen.
Niet iedere Romeinse weg zag er hetzelfde uit. Er bestonden verharde wegen, grindwegen en eenvoudige onverharde routes. Maar belangrijke hoofdwegen konden bijzonder zorgvuldig worden aangelegd.
De Romeinen besteedden bovendien veel aandacht aan afwatering.
Een goede weg moest regenwater kunnen afvoeren.
Daarom waren veel wegen licht bol aangelegd, met goten langs de zijkanten.
Ja.
En dat is misschien wel een van de leukste dingen om op te letten.
Op sommige Romeinse wegen zijn nog karrensporen zichtbaar.
Dat betekent niet dat iedere groef die je ziet per se door Romeinse wielen is veroorzaakt. Maar op goed bewaarde straten zoals in Pompeï en op delen van de Via Appia zijn dergelijke slijtagepatronen duidelijk zichtbaar.
Stel je voor wat daarvoor nodig was.
Niet één kar.
Niet honderd.
Maar duizenden ritten.
Wagens met wijn.
Graan.
Olijfolie.
Bouwmaterialen.
Soldaten.
Handelaars.
Reizigers.
Eeuwenlang reden ze over dezelfde stenen.
Dat hangt af van wat je zoekt.
| Plek | Land | Wat maakt de weg bijzonder? |
|---|---|---|
| Via Appia | Italië | Een echte Romeinse hoofdweg in het landschap |
| Pompeï | Italië | Straten met karrensporen en stepping stones |
| Ostia Antica | Italië | Complete Romeinse stad met geplaveide hoofdstraat |
| Timgad | Algerije | Volledig Romeins stadsplan met rechte wegen |
| Jerash | Jordanië | Monumentale Cardo met zuilengalerijen |
| Herculaneum | Italië | Zeer goed bewaarde stad en straatbebouwing |
| Butrint | Albanië | Romeinse resten in een groen landschap |
| Tarragona | Spanje | Romeinse infrastructuur verweven met een moderne stad |
Als je nog nooit over een Romeinse weg hebt gelopen, zou ik beginnen met de Via Appia bij Rome.
Niet omdat het de best bewaarde Romeinse straat is, maar omdat de ervaring zo compleet is.
Je hebt de oude stenen onder je voeten.
Je loopt langs Romeinse graven en villa’s.
Je ziet aquaducten in de verte.
En je bevindt je nog altijd vlak bij Rome, de stad waar al die wegen uiteindelijk om draaiden.
Voor een tweede reis zou ik Pompeï of Ostia Antica kiezen.
Daar krijg je namelijk iets anders: het gevoel dat je door een volledige Romeinse stad loopt.
En voor wie echt buiten de gebaande paden wil gaan, zijn Timgad en Jerash misschien nog indrukwekkender.
Misschien is dat uiteindelijk het mooie aan Romeinse wegen.
Ze zijn minder spectaculair dan een Colosseum.
Minder herkenbaar dan een aquaduct.
En minder indrukwekkend op foto’s dan een enorme tempel.
Maar zodra je erop staat, verandert dat.
Een Romeinse weg is een directe verbinding met het verleden.
De stenen liggen er nog.
De route ligt er nog.
De sporen van het verkeer zijn soms nog zichtbaar.
En terwijl je eroverheen loopt, doe je iets wat een Romein tweeduizend jaar geleden ook deed:
je bent onderweg.
Een strandvakantie hoeft helemaal niet te betekenen dat je twee weken lang alleen maar op…
Van eenvoudige geometrische patronen tot enorme voorstellingen van goden, gladiatoren, wilde dieren en mythologische verhalen:…
De Romeinen waren meesters in het bouwen van wegen. Maar een weg had weinig nut…
Wie aan het Romeinse Rijk denkt, ziet al snel tempels, amfitheaters en marmeren villa's voor…
Wie aan Romeinse badhuizen denkt, denkt al snel aan enorme complexen met marmeren zalen, warme…
Het Colosseum in Rome is zonder twijfel het beroemdste amfitheater uit de Romeinse oudheid. Maar…