Het Romeinse Rijk was veel meer dan één machtige hoofdstad met daaromheen een uitgestrekt achterland. Op zijn hoogtepunt, in de tweede eeuw na Christus, strekte het rijk zich uit van Britannia tot Egypte en van het Iberisch Schiereiland tot Mesopotamië. Binnen dit enorme gebied lagen duizenden steden. Sommige waren politieke hoofdsteden, andere militaire bolwerken, handelscentra, religieuze brandpunten of plaatsen waar verschillende culturen samenkwamen.
Steden vormden de ruggengraat van de Romeinse beschaving. Vanuit stedelijke centra werden belastingen geïnd, wetten uitgevoerd en legers bevoorraad. Op fora werd handelgedreven en politiek bedreven, terwijl aquaducten, badhuizen, theaters en amfitheaters het openbare leven bepaalden. Toch waren Romeinse steden niet allemaal hetzelfde. Veel plaatsen behielden hun Griekse, Egyptische, Fenicische, Keltische of andere lokale karakter, zelfs wanneer zij Romeinse bestuursvormen en gebouwen overnamen.
- Rome: het politieke en symbolische hart
- Constantinopel: het nieuwe Rome
- Alexandrie: kennis, graan en wereldhandel
- Antiochie: metropool van het oosten
- Carthago: van aartsvijand tot Romeinse metropool
- Efeze: havenstad en religieus centrum
- Athene: de culturele leermeester
- Jeruzalem: heilige stad en brandpunt van opstanden
- Milaan: keizerlijke residentie in het westen
- Trier: keizerlijke hoofdstad aan de noordgrens
- Ravenna: beschermd door moerassen
- Lugdunum: knooppunt van Gallie
- Corduba en Tarraco: pijlers van Romeins Hispania
- Leptis Magna: rijkdom aan de Afrikaanse kust
- Ostia: de haven van Rome
- Wat maakte een stad Romeins?
- Een netwerk in plaats van één centrum
- Van bloei naar transformatie
- Conclusie
Rome: het politieke en symbolische hart
Rome was de belangrijkste stad van het rijk en eeuwenlang het middelpunt van de mediterrane wereld. Volgens de Romeinse traditie werd de stad in 753 voor Christus gesticht. Vanuit een nederzetting aan de Tiber groeide Rome uit tot de hoofdstad van eerst een republiek en vervolgens een wereldrijk.
De stad was het centrum van de keizerlijke macht. Op het Forum Romanum stonden tempels, basilica’s, triomfbogen en bestuursgebouwen. Hier kwamen religie, rechtspraak, politiek en openbare ceremonies samen. Op de Palatijn bouwden de keizers hun paleizen, terwijl het Capitool een van de voornaamste religieuze centra vormde.
In de eerste eeuwen na Christus telde Rome waarschijnlijk honderdduizenden inwoners; vaak wordt een orde van grootte van ongeveer een miljoen genoemd, al blijft het precieze aantal onzeker. Voor pre-industriele begrippen was dat uitzonderlijk. De bevolking was afhankelijk van een ingewikkeld bevoorradingssysteem. Graan uit Egypte en Noord-Afrika, olijfolie uit Hispania en Afrika, en wijn uit verschillende provincies werden via de havens van Ostia en Portus aangevoerd.
Monumenten zoals het Colosseum, het Circus Maximus, het Pantheon en de grote keizerlijke badcomplexen benadrukten de rijkdom van de hoofdstad. Tegelijk kende Rome sterke sociale tegenstellingen. Rijke families woonden in ruime stadshuizen, terwijl veel gewone inwoners in dichtbevolkte huurkazernes leefden. Brand, instortingsgevaar en ziekte waren terugkerende problemen.
Zelfs nadat keizers steeds vaker elders verbleven, bleef Rome een machtig symbool. De stad gold als de belichaming van de Romeinse staat en behield ook na de opkomst van Constantinopel een uitzonderlijk religieus en cultureel prestige.
Constantinopel: het nieuwe Rome
Constantinopel ontstond uit Byzantion, een Griekse stad aan de Bosporus. Keizer Constantijn de Grote liet de plaats uitbreiden en wijdde haar in 330 na Christus in als keizerlijke residentie. De stad werd officieel als een nieuw Rome voorgesteld en lag op een strategische plek tussen Europa en Azie.
De ligging was bijzonder gunstig. Constantinopel beheerste de scheepvaartroute tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee en lag dicht bij belangrijke handels- en militaire routes. De stad was bovendien aan drie kanten door water omgeven. In de vijfde eeuw werden de indrukwekkende Theodosiaanse muren gebouwd, die Constantinopel eeuwenlang tegen belegeraars beschermden.
Net als Rome kreeg de nieuwe hoofdstad een senaat, paleizen, pleinen, kerken, badhuizen en een groot hippodroom. Dat hippodroom was niet alleen een arena voor wagenrennen, maar ook een plaats waar de bevolking haar steun of onvrede tegenover de keizer kon laten blijken.
Na de definitieve bestuurlijke deling van het rijk in 395 werd Constantinopel de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Toen het West-Romeinse keizerschap in 476 ten einde kwam, bleef de stad het centrum van een Romeinse staat die nog bijna duizend jaar voortbestond. De inwoners noemden zichzelf Romeinen; de moderne benaming Byzantijnse Rijk werd pas veel later gangbaar.
Alexandrie: kennis, graan en wereldhandel
Alexandrie werd in 331 voor Christus gesticht door Alexander de Grote. Onder de Ptolemaeische koningen ontwikkelde zij zich tot een van de grootste en meest kosmopolitische steden van de oudheid. Nadat Egypte in 30 voor Christus een Romeinse provincie werd, behield Alexandrie haar economische en intellectuele betekenis.
Voor Rome was de stad vooral belangrijk als uitvoerhaven van Egyptisch graan. De vruchtbare Nijldelta produceerde enorme hoeveelheden voedsel. Schepen brachten het graan vanuit Alexandrie naar Italie en later ook naar Constantinopel. Een verstoring van deze toevoer kon politieke onrust en voedseltekorten veroorzaken.
Alexandrie stond daarnaast bekend om haar wetenschappelijke traditie. De beroemde bibliotheek en het Mouseion waren al voor de Romeinse verovering ontstaan, maar de stad bleef ook onder Romeins bestuur een belangrijk centrum van geleerdheid. Griekse filosofie, wiskunde, geneeskunde en literatuur floreerden er.
De bevolking bestond uit verschillende groepen, waaronder Grieken, Egyptenaren, Romeinen en een omvangrijke Joodse gemeenschap. Die diversiteit maakte Alexandrie cultureel rijk, maar leidde soms ook tot ernstige spanningen. In de late oudheid werd de stad een belangrijk centrum van het christendom. Theologische conflicten in Alexandrie hadden invloed op de gehele christelijke wereld.
Antiochie: metropool van het oosten
Antiochie aan de Orontes lag in het huidige Turkije, dicht bij de grens met Syrie. De stad werd rond 300 voor Christus gesticht door Seleucus I en werd later de hoofdstad van de Romeinse provincie Syria. Zij gold als een van de grootste steden van het rijk.
Antiochie lag gunstig aan routes tussen de Middellandse Zee, Anatolie, Mesopotamie en het binnenland van Syrie. De nabijgelegen haven Seleucia Pieria verbond de stad met de zee. Hierdoor werd Antiochie een belangrijk handels- en bestuurscentrum.
Voor Romeinse keizers en legeraanvoerders was de stad een logische uitvalsbasis voor veldtochten tegen de Parthen en later de Sassaniden. Keizers verbleven er regelmatig wanneer zij de oostgrens inspecteerden of militaire operaties voorbereidden. De stad kende brede straten, zuilengalerijen, theaters, badhuizen en luxueuze villa’s met mozaieken.
Antiochie speelde ook een belangrijke rol in de geschiedenis van het christendom. Volgens de christelijke traditie werden volgelingen van Jezus hier voor het eerst christenen genoemd. Later werd de stad de zetel van een invloedrijke patriarch. Aardbevingen, oorlogen en invasies brachten Antiochie herhaaldelijk zware schade toe, maar lange tijd bleef zij een van de voornaamste metropolen van het oostelijke rijk.
Carthago: van aartsvijand tot Romeinse metropool
Carthago in het huidige Tunesie was oorspronkelijk een Fenicische stichting en groeide uit tot de machtigste tegenstander van de Romeinse Republiek. Tijdens de Punische Oorlogen streden Rome en Carthago om de heerschappij over het westelijke Middellandse Zeegebied. In 146 voor Christus verwoestten de Romeinen de stad.
Dat betekende echter niet het definitieve einde van Carthago. Onder Julius Caesar en keizer Augustus werd op dezelfde plaats een Romeinse kolonie gesticht. Het nieuwe Carthago groeide snel en werd de hoofdstad van de provincie Africa Proconsularis. Uiteindelijk behoorde het tot de grootste steden van het westelijke rijk.
De omliggende gebieden leverden grote hoeveelheden graan, olijfolie en andere landbouwproducten. Carthago werd daardoor een cruciale schakel in de voedselvoorziening van Rome. De stad beschikte over havens, aquaducten, badcomplexen, theaters en woonwijken met rijk versierde huizen.
In de late oudheid was Carthago bovendien een belangrijk christelijk centrum. Figuren als Tertullianus en Cyprianus waren met de stad verbonden. In 439 namen de Vandalen Carthago in en maakten haar tot hun hoofdstad. Een eeuw later heroverde het Oost-Romeinse Rijk de stad.
Efeze: havenstad en religieus centrum
Efeze lag aan de westkust van Klein-Azie, in het huidige Turkije. De stad had Griekse wortels en werd onder Romeins bestuur een van de belangrijkste steden van de provincie Asia. Haar haven maakte haar tot een toegangspoort tussen de Egeische Zee en het rijke achterland van Anatolie.
De stad stond bekend om de tempel van Artemis, die in de oudheid tot de zeven wereldwonderen werd gerekend. De verering van Artemis trok pelgrims en bezoekers uit een groot gebied. In de Romeinse periode werd ook de keizercultus belangrijk. Tempels voor de keizers verbonden lokale religie met loyaliteit aan Rome.
Efeze bezat monumentale straten, fonteinen, badhuizen, een groot theater en de beroemde Bibliotheek van Celsus. De stad laat goed zien hoe Griekse stedelijke tradities en Romeinse macht met elkaar versmolten. Grieks bleef de belangrijkste omgangstaal, terwijl Romeinse bestuurders en welgestelde plaatselijke families de openbare bouw stimuleerden.
Ook voor het vroege christendom was Efeze van betekenis. De apostel Paulus zou er langere tijd hebben verbleven. Door verzanding verloor de haven uiteindelijk haar bruikbaarheid, waardoor de economische positie van de stad geleidelijk verzwakte.
Athene: de culturele leermeester
Toen Rome in de tweede eeuw voor Christus de macht over Griekenland verwierf, had Athene zijn politieke hoogtijdagen al achter zich. De stad bleef echter een enorm cultureel prestige bezitten. Voor Romeinse elites was Athene het centrum van filosofie, retorica, kunst en klassiek onderwijs.
Welgestelde Romeinen stuurden hun zonen erheen om te studeren. Filosofische scholen, leraren en redenaars trokken leerlingen uit het hele rijk. Romeinse schrijvers en politici zagen de Griekse cultuur vaak als onmisbaar onderdeel van een goede opvoeding.
Verschillende keizers investeerden in de stad. Vooral Hadrianus bewonderde de Griekse cultuur. Onder zijn regering werden onder meer de tempel van de Olympische Zeus voltooid en nieuwe gebouwen en voorzieningen aangelegd. Athene werd zo een plaats waar het klassieke Griekse verleden en de Romeinse keizerlijke orde zichtbaar naast elkaar bestonden.
De politieke macht van Athene was beperkt, maar haar culturele invloed was uitzonderlijk. Rome had Griekenland militair onderworpen, maar Griekse taal, filosofie en kunst veranderden op hun beurt de Romeinse beschaving.
Jeruzalem: heilige stad en brandpunt van opstanden
Jeruzalem had binnen het Romeinse Rijk vooral een uitzonderlijke religieuze betekenis. Voor het Joodse volk was de stad het centrum van geloof en identiteit. De Tweede Tempel vormde het hart van de eredienst en trok pelgrims uit Judea en uit Joodse gemeenschappen elders in het rijk.
De verhouding tussen de Romeinse overheid en de bevolking was vaak gespannen. Belastingen, politieke inmenging en religieuze gevoeligheden droegen bij aan meerdere opstanden. Tijdens de Joodse Oorlog veroverden Romeinse troepen onder leiding van Titus Jeruzalem in 70 na Christus. De Tempel werd verwoest.
Na een nieuwe opstand onder Bar Kochba, van 132 tot 135, liet keizer Hadrianus de stad als Romeinse kolonie herbouwen onder de naam Aelia Capitolina. De stedelijke inrichting kreeg een sterker Romeins karakter, met tempels, straten en openbare gebouwen volgens Romeins model.
In de vierde eeuw werd Jeruzalem, dankzij de kerstening van het rijk, ook een belangrijk centrum voor christelijke pelgrims. Kerken verrezen op plaatsen die met het leven en de dood van Jezus werden verbonden. Zo kreeg de stad binnen het laat-Romeinse Rijk opnieuw een centrale positie, nu ook binnen een christelijk kader.
Milaan: keizerlijke residentie in het westen
Mediolanum, het huidige Milaan, was oorspronkelijk een Keltische nederzetting in Noord-Italie. Onder Romeins bestuur groeide de stad uit tot een belangrijk verkeers- en handelscentrum. Haar ligging was geschikt voor het beheer van de Alpenroutes en voor militaire operaties langs de noordelijke grenzen.
Aan het einde van de derde eeuw werd Milaan een belangrijke keizerlijke residentie. Het rijk werd toen te groot en te kwetsbaar om uitsluitend vanuit Rome te besturen. Keizers verbleven liever dichter bij de bedreigde grenzen en de legers waarop hun macht rustte.
Milaan kreeg paleizen, badhuizen, een circus en andere monumentale gebouwen. De stad werd bovendien belangrijk in de geschiedenis van het christendom. In 313 verbonden Constantijn en Licinius er afspraken aan een beleid van religieuze verdraagzaamheid dat bekendstaat als het Edict van Milaan. Later verwierf bisschop Ambrosius grote invloed op zowel kerkelijke als keizerlijke aangelegenheden.
De ontwikkeling van Milaan laat zien dat de politieke betekenis van Rome in de late keizertijd afnam. De macht verschoof naar strategisch gelegen residentiesteden.
Trier: keizerlijke hoofdstad aan de noordgrens
Augusta Treverorum, het huidige Trier in Duitsland, werd in de tijd van Augustus gesticht in het gebied van de Treveri. Dankzij haar ligging aan de Moezel en nabij de Rijn ontwikkelde de stad zich tot een bestuurs- en handelscentrum in het noordwesten van het rijk.
In de late derde en vierde eeuw diende Trier als residentie van verschillende keizers. Vanuit de stad konden zij toezicht houden op Gallie, Britannia en de Rijngrens. Trier werd voorzien van grote keizerlijke gebouwen, waaronder een paleiscomplex, thermen, pakhuizen en een renbaan.
De Porta Nigra, een monumentale stadspoort, is een van de bekendste overblijfselen van Romeins Trier. Ook de Aula Palatina, oorspronkelijk een keizerlijke troonzaal, getuigt van de politieke betekenis van de stad.
Trier was meer dan een militaire buitenpost. Het was een echte keizerlijke hoofdstad met een hofhouding, ambtenarenapparaat, muntproductie en christelijke instellingen. De stad toont hoe het zwaartepunt van de Romeinse politiek in de late oudheid naar de provincies verschoof.
Ravenna: beschermd door moerassen
Ravenna lag dicht bij de Adriatische kust en werd omringd door moerassig terrein. Die omgeving maakte de stad moeilijk bereikbaar voor vijandelijke legers. De nabijgelegen haven van Classis bood bovendien toegang tot zee en huisvestte een belangrijke Romeinse vloot.
In 402 verplaatste keizer Honorius het West-Romeinse hof van Milaan naar Ravenna. De stad werd daarmee de laatste hoofdstad van het West-Romeinse Rijk. Vanuit Ravenna probeerden de keizers een rijk te besturen dat steeds meer grondgebied en inkomsten verloor.
Na de afzetting van de laatste West-Romeinse keizer in 476 bleef Ravenna belangrijk. Odoaker en vervolgens de Ostrogotische koning Theodorik bestuurden Italie vanuit de stad. In de zesde eeuw werd Ravenna heroverd door het Oost-Romeinse Rijk.
De kerken en mozaieken van Ravenna behoren tot de belangrijkste kunstwerken uit de late oudheid. Zij weerspiegelen de overgang van de klassieke Romeinse wereld naar een christelijk en vroegmiddeleeuws Europa.
Lugdunum: knooppunt van Gallie
Lugdunum, het huidige Lyon, werd in 43 voor Christus als Romeinse kolonie gesticht. De stad lag bij de samenvloeiing van de Rhone en de Saone en bevond zich daardoor op een ideaal kruispunt van waterwegen en landroutes.
Lugdunum werd het voornaamste bestuurlijke centrum van Romeins Gallie. Een uitgebreid wegennet verbond de stad met de Rijn, de Atlantische kust, Zuid-Gallie en Italie. Handelaren, soldaten, ambtenaren en ambachtslieden uit verschillende delen van het rijk vestigden zich er.
De stad bezat theaters, badhuizen, tempels en een keizerlijke munt. Bij het heiligdom van Rome en Augustus kwamen vertegenwoordigers van Gallische gemeenschappen bijeen. De keizercultus hielp lokale elites om hun positie te verbinden met de Romeinse staat.
Lugdunum werd ook een vroeg centrum van het christendom. De vervolging van christenen in 177 is een van de bekendste gebeurtenissen uit de religieuze geschiedenis van Romeins Gallie.
Corduba en Tarraco: pijlers van Romeins Hispania
Ook op het Iberisch Schiereiland ontstonden invloedrijke Romeinse steden. Corduba, het huidige Cordoba, was de hoofdstad van de provincie Baetica. Deze welvarende regio exporteerde grote hoeveelheden olijfolie, wijn en andere landbouwproducten. Amphoren uit Baetica zijn tot ver buiten Hispania teruggevonden.
Corduba was een bestuurlijk en cultureel centrum. De familie van de filosoof Seneca kwam uit de stad, net als de dichter Lucanus. Monumentale gebouwen, bruggen, tempels en openbare voorzieningen onderstreepten haar status.
Tarraco, het huidige Tarragona, was de hoofdstad van Hispania Citerior en later van Hispania Tarraconensis. De stad lag aan de Middellandse Zeekust en beschikte over een goede haven. Keizer Augustus verbleef er tijdens militaire campagnes in het noorden van Hispania.
Het omvangrijke provinciale forum, het circus en het amfitheater van Tarraco tonen hoe belangrijk de stad was voor bestuur en keizercultus. Corduba en Tarraco maakten duidelijk dat Hispania geen afgelegen randgebied was, maar diep verbonden raakte met de economie en elitecultuur van het rijk.
Leptis Magna: rijkdom aan de Afrikaanse kust
Leptis Magna lag aan de kust van het huidige Libie en had Fenicische wortels. De stad profiteerde van handel tussen het Middellandse Zeegebied en het binnenland van Afrika. Onder Romeins bestuur groeide zij uit tot een welvarend stedelijk centrum.
Haar bloeiperiode viel onder keizer Septimius Severus, die er geboren was. Hij liet zijn geboortestad uitbreiden met een nieuw forum, een basilica, een monumentale boog en andere bouwwerken. Hiermee onderstreepte hij zowel zijn persoonlijke afkomst als de plaats van Noord-Afrika binnen het rijk.
De resten van Leptis Magna behoren tot de best bewaarde Romeinse ruines rond de Middellandse Zee. Ze laten zien dat stedelijke monumentaliteit niet beperkt bleef tot Italie of de traditionele Griekse wereld. Ook provinciale steden konden dankzij handel, landbouw en keizerlijke steun indrukwekkende vormen aannemen.
Ostia: de haven van Rome
Ostia lag aan de monding van de Tiber en diende als de belangrijkste havenstad van Rome. Via Ostia kwamen graan, olie, wijn, marmer, specerijen en talloze andere producten de hoofdstad binnen.
De stad had pakhuizen, scheepskantoren, werkplaatsen, badhuizen, tempels en woonblokken. Op het plein van de corporaties hadden handelsverenigingen en vertegenwoordigers uit verschillende havensteden hun kantoren. Mozaieken verwezen naar hun beroepen en plaatsen van herkomst.
Toen de oorspronkelijke haven steeds minder geschikt werd, liet keizer Claudius ten noorden van Ostia een nieuw havencomplex bouwen. Trajanus breidde dit uit met een opvallend zeshoekig havenbekken. Rond dit complex ontstond Portus, dat een steeds groter deel van de goederenstroom verwerkte.
Ostia biedt archeologen een uitzonderlijk beeld van het alledaagse leven in een Romeinse handelsstad. Niet alleen tempels en paleizen, maar ook appartementen, winkels, bakkerijen, toiletten en pakhuizen zijn er bewaard gebleven.
Wat maakte een stad Romeins?
Een Romeinse stad is niet uitsluitend te herkennen aan rechte straten en marmeren tempels. Het Romeinse stedelijke model bestond uit een combinatie van bestuur, infrastructuur, openbare voorzieningen en lokale aanpassing.
Veel steden bezaten een forum, het centrale plein voor bestuur, rechtspraak, religie en handel. Basilicas dienden als overdekte openbare gebouwen. Tempels maakten de relatie tussen de gemeenschap, de goden en de keizer zichtbaar. Theaters, amfitheaters en renbanen boden vermaak en droegen bij aan de publieke reputatie van plaatselijke weldoeners.
Water was essentieel. Aquaducten voerden water naar fonteinen, badhuizen en soms particuliere woningen. Riolen voerden afvalwater af, al was de hygienische situatie naar moderne maatstaven beperkt. Stadswallen boden bescherming, vooral in tijden van politieke onzekerheid.
Lokale elites speelden een centrale rol. Rijke burgers financierden gebouwen, feesten en voedseluitdelingen in ruil voor eer, standbeelden en politieke invloed. Daardoor kon een stad er Romeins uitzien zonder dat de meerderheid van haar inwoners uit Italie afkomstig was.
Een netwerk in plaats van één centrum
De kracht van het Romeinse Rijk lag voor een belangrijk deel in het netwerk dat deze steden vormden. Wegen, rivieren en zeeroutes verbonden havens, provinciale hoofdsteden, legerplaatsen en productiegebieden. Graan uit Egypte en Afrika voedde grote bevolkingscentra. Olijfolie uit Hispania werd langs de Rijn gebruikt. Marmer uit Griekenland, Klein-Azie en Noord-Afrika sierde gebouwen in verre provincies.
Ook mensen bewogen door dit netwerk. Soldaten werden ver van hun geboortegrond gestationeerd. Handelaren vestigden zich in buitenlandse havens. Studenten reisden naar Athene, ambtenaren naar provinciale hoofdsteden en pelgrims naar Efeze of Jeruzalem. Latijn en Grieks fungeerden als belangrijke bestuurstalen, maar daarnaast bleven talloze lokale talen bestaan.
De steden waren daardoor plaatsen van Romanisering, maar ook van wederzijdse culturele beinvloeding. Romeinse gebruiken verspreidden zich naar de provincies, terwijl godsdiensten, kunstvormen, producten en denkbeelden uit die provincies de hoofdstad en de rest van het rijk veranderden.
Van bloei naar transformatie
Vanaf de derde eeuw kreeg het rijk te maken met burgeroorlogen, epidemieen, economische problemen en toenemende druk aan de grenzen. Steden verdwenen echter niet plotseling. Sommige raakten in verval, andere werden versterkt en weer andere wonnen juist aan betekenis.
De politieke macht verschoof naar residentiesteden zoals Trier, Milaan, Ravenna en Constantinopel. Openbare bouwprojecten veranderden van karakter. Grote tempels en theaters maakten vaker plaats voor stadsmuren, paleizen en kerken. Christelijke bisschoppen namen bovendien steeds meer maatschappelijke taken op zich.
In het westen verzwakten veel stedelijke netwerken na de vijfde eeuw, maar er was geen uniforme instorting. Sommige steden krompen sterk, terwijl plaatsen als Rome, Ravenna en Carthago regionale centra bleven. In het Oost-Romeinse Rijk bleven grote steden langer functioneren binnen een sterke keizerlijke staat.
Conclusie
De geschiedenis van het Romeinse Rijk kan niet alleen vanuit Rome worden begrepen. Rome was het politieke en symbolische middelpunt, maar de macht en welvaart van het rijk waren afhankelijk van een uitgebreid stedelijk netwerk.
Alexandrie leverde graan en kennis, Antiochie bewaakte de toegang tot het oosten, Carthago verbond Rome met de rijkdom van Noord-Afrika en Efeze bracht handel en religie samen. Athene behield haar culturele gezag, terwijl Jeruzalem een brandpunt van religie en verzet vormde. In de late oudheid namen Constantinopel, Milaan, Trier en Ravenna steeds meer politieke functies van de oude hoofdstad over.
Samen laten deze steden zien dat het Romeinse Rijk geen cultureel uniforme staat was. Het was een wereld van uiteenlopende talen, religies en tradities, bijeengehouden door bestuur, leger, handel en infrastructuur. Juist de combinatie van lokale verscheidenheid en Romeinse stedelijke organisatie maakte het rijk eeuwenlang tot een van de invloedrijkste beschavingen uit de geschiedenis.